Verslag: Indonesië
(Sumatra, Java, Bali)
Vlag Indonesie

Week 1 (Sumatra)

In 2013 heb ik van 3 juni tot en met 2 juli een 30-daagse rondreis door Indonesië gemaakt. En meer specifiek, een reis over de eilanden Sumatra, Java en Bali. Oftewel, een reis langs vulkane en rijstvelden. Deze reis heb ik geboekt bij Sawadee in Amsterdam. Op deze pagina staat een verslag de eerste week van deze reis.

Links naar aanvullende informatie:

Algemeen:

Feiten en cijfers

Filmpjes

Foto's

Nationale vlag

De Pancasila

Tijdtafel

Sumatra:

Feiten en cijfers

Java:

Feiten en cijfers

Bali:

Feiten en cijfers

Externe links:

Dopper

Kindertehuis Bukit Lawang

Indonesië.nl

Stichting Semangat

Maandag 3 juni 2013, van Zwolle naar Kuala Lumpur

Op de dag dat, volgens de Telegraaf, de Nederlandse Spoorwegen bekend zal maken te stoppen met de Fyra ga ik deze morgen met de trein naar Schiphol. Geen Fyra, dus deze rijdt wel. En nog op tijd ook. Wat mij wel opvalt is dat in deze trein naar Schiphol maar weinig plaats is voor bagage. Niet tussen de banken, niet onder de banken en de bagegevakken boven de banken zijn zelfs nog te klein voor mijn dagrugzak. Alleen aan het begin van elke coupé is ruimte voor grotere tassen en koffers. Maar als ik in Zwolle instap staat dit hoekje in de coupé waar ik ga zitten al vol. Niet vreemd aangezien veel mensen uit het noorden en oosten van het land met de Hanzelijn naar Schiphol gaan.

In Zwolle is het nog niet druk in de trein en zet ik mijn grote rugzak naast mij op de bank. Mijn daypack leg ik daar ovenop. Naast vakantiegangers lijkt de trein vooral gevuld van forensen die zwijgend aar het laptop of tablet zitten te staren. Een passagier is 'van de oude stempel' en worstelt zich door een grote stapel papier. In Lelystad wordt het zo vol in de trein dat ik mijn extra plekje voor de rugzakken moet opgeven. En zo reis in met twee rugzakken op schoot verder in de richting van Schiphol. Gelukkig stappen in Duivendrecht veel forensen uit zodat ik mijn bagege weer naast me op de bank kan zetten. Hoeveel plek voor bagage zou een Fyra eigenlijk hebben?

Rond negen uur kom ik aan op station Schiphol. Direct maar inchecken en daarna mijn dopper ophalen bij de balie van Holland International. De dopper is (een navulbare waterfles ontworpen door de Nederlandse Rinke van Remortel en die Sawadee aan al haar klanten geeft .

Ik heb nog voldoende tijd voor een kop koffie en en broodje. Daarna loop in naar de gate. Om 12 uur verlaar ik Nederlandse bodem en vetrek ik in de richting van Kuala Lumpur. Het is mij miet gelukt om voor deze vlucht een plek met extra beenruimte bij de nooduitgang te boeken. Gelukkig heeft Malaysian Airlines standaard relatief veel beenruimte in de economy class en heb ik een plek aan het gangpad. Zij vlieg ik toch nog redelijk comfortabel in ruim 12 uur naar Kuala Lumpur.

Dinsdag 4 juni 2013, Kuala Lumpur - Medan

Het is nog donker als we rond kwart voor zes 's ochtends in Kuala Lumpur landen. Ondanks dat ik geen plek met extra beenruimte had kom ik met m'n 2.04 meter toch redelijk fit in Kuala Lumpur aan. In Kuala Lumpur heb ik ongeveer twee en een half uur om over te stappen op het vliegtuig naar Medan (Sumatra). Dit lijkt ruim voldoende. Allen, we zijn uitgestapt bij de hoofdterminal en zullen vertrekken vanaf het satelietgebouw. En ik weet niet hoeveel tijd het kost om van de hoofdterminal naar het satelietgebouw te gaan. Ik gun me daarom geen tijd vaan een kop koffie of iets anders lekkers en ga direct op zoek naar het satelietgebouw. Er blijkt een Aerotrain tussen beide gebouwen te rijden die er drie minuten over doet om van het ene naar het andere gebouw te rijden. In de Aerotrain ontmoet in de eerste groepsgenoten en even later bij de gate maak ik kennis met de overige groepsleden. We starten deze reis met een groep van elf personen. We zullen de reis met een kleinere groep eindigen, maar daarover later meer.

Visum Indonesie
Visum Indonesië

Om negen uur vetrekken we uit Kuala Lumpur. In tegenstelling tot het vliegtuig naar Kuala Lumpur ziet het vliegtuig naar Medan verre van vol. In het vliegtuig zit ik naast een Nederlandse zakenman die voor een bespreking naar Medan moet. In iets minder een een uur vliegen we naar Medan (Sumatra) waar we om kwart voor negen plaatselijke tijd landen. De zakenman neemt mij mee naar twee kleine, direct naast elkaar gelegen kantoortjes. In het eerste koop ik bij een mannetje voor 25 dollar een visum. Maar daarmee ben je er nog niet. Nee, hier krijg je waar voor je 25 dollar. Nadat het eerste mannetje een visum in je paspoort heeft geplakt moet je naar het twee kantoortje. Het mannetje dan in dit kantoortje zit zet vervolgens een stempel in het paspoort. Omdat er geen rij staat bij het tweede kantoortje en de deur open staat loop ik met mijn paspoort in de hand het kantoortje in. Fout! De man gebaard dat ik hem het paspoort via het loket in de muur naast de deur moet overhandigen. Als ik hem via het loket mijn paspoort geeft zet hij ogenschijnlijk zonder te kijken een stempel in mijn paspoort. Even verop laat ik mijn paspoort met visum en stempel aan een mannetje van de douane zien. Kennelijk is het in orde want ik mag het land in.

Als ik in de aankomsthal kom, zie ik mijn rugzak al liggen. De rest van de groep is dan nog bezig om het visum te regelen. Toch wel handig zo'n zakenman die je de weg wijst. Als ik even later de hal uitloop zie ik buiten direct het voor mij bekende gezicht van Karin Goris, de reisbegeleidster van Sawadee. Karin, met wie ik vijf en een half jaar geleden door Laos en Cambodja ben getrokken, kijkt verbaast op als ik haar begroet. In al die jaren dat ze dit werk doet blijkt ik de eerste te zijn dievoor de tweede keer met haar op pad gaat.

1000 Rupiah
Biljet van 1.000 Rupiah

Terwijl Karin op de rest van de groep wacht, pin ik mijn eerste Indonesische Rupiah (IDR). Ik blijk maximaal twee en een half miljoen Rupiah in één keer te kunnen pinnen. In een klap ben ik miljonair Ik ben benieuwd hoeveel ik voor dit bedrag, dat overeenkomt met iets minder dan 200 euro, kan kopen.

Als de groep compleet is en anderen ook hun eerste Rupiah hebben gepind lopen we naar de bus waarmee we de komende dagen door Sumatra zullen trekken en maken we kennis met onze chauffeur en de bijrijder. Als alle tassen en koffers in ingeladen kunnen we vertrekken naar onze eerste bestemming, Tangkahan. Er een van zo'n 90 kilometer. De afstand is vergelijkbaar met een ritje van mijn huis in Zwolle naar Utrecht. Een afstand die ik in ongeveer één uur afleg. Maar hier ligt geen Nederlandse snelweg, maar een Indonesische weg vol met gaten en kuilen. Dit betekent dat de rit van Medan naar Tangkahan ongeveer vier uur zal duren. In Medan maken we een korte tussenstop bij het sultanspaleis Istana Maimoon. Iets wat voor mij persoonlijk niet had gehoeven. Van Karin begrijp ik dat deze stop een idee was van de chauffeur die ons ook nog de nabij gelegen Grote Moskee had willen laten zien.

De weg naar Tangkahan is eerst nog vrij goed, maar hoe dichter we bij Tangkahan komen, des te slechter de weg wordt. Ook de chauffeur lijkt af en toe zijn bedenkingen te hebben. Als we op een bepaald moment een beekje moeten oversteken kiest hij ervoor om door de beek te rijden in plaats van over de brug.

Onderweg naar Tangkahan zie ik veel palmolieplantages met daartussen af en toe een bananen- of rubberplantage. Ik bedenk me dat voor deze plantages oerwoud is gekapt. Iets wat ten kost gaat van het leefgebied van veel diersoorten waaronder bedreigde dieren zoals de orang-oetangs. Iets wat het wat mij betreft allemaal nog schrijnender maakt is het feit dat de lokale bevolking relatief weinig verdient aan de palmolieplantages omdat veel plantages in buitenlandse handen zijn.

Hangbrug bij Tangkahan (Sumatra)De hangbrug bij Tangkahan

Om in Tangkahan bij de lodges te komen waar we de komende twee nachten zullen slapen moeten we te voet een lange wiebelende hangbrug oversteken. Doordat het warm is en de luchtvochtigheid erg hoog is duurt het niet lang of het zweet gutst uit al mijn poriën. Als ik bij op de kamer wil opfrissen ontdek ik dat de lodges geen douche, maar een mandi hebben. Dat houdt in dat er een grote ton staat die je vult met water waarna je het water met een grote beker over je heen schept. Ik fris mij op en schuif daarna aan voor een late lunch. Na de lunch neem ik een verfrissende duik in de naast de lodges stromende rivier. Het water is lekker fris, maar door de sterke stroming is het moeilijk om te blijven staan. Ik ga daarom midden in de rivier tegen een paar grote stenen aan zitten en geniet van het moment. Heerlijk opgefrist stap ik een tijdje later uit het water. Direct stroomt het zweet weer in straaltjes over mij lichaam.

Zelfs als het aan het begin van de avond gaat regenen koelt het nauwelijks af. Maar dan kan ook niet want het regent hier warm water. 's Avonds eten we in het restaurant van het hotel. Ik kies voor de nassi goreng speciaal. Een goede keus. Na het eten duik ik, moe van een lange dag reizen, vroeg m'n bed in. Maar door de warmte duurt het toch nog een tijd voordat ik in slaap val.

Woensdag 5 juni 2013, olifanten en bloedzuigers

Wat is dit een heerlijke plek om wakker te worden. De om een rotstuin heen gebouwde huisjes liggen midden in het tropische regenwoud en als ik wakker wordt hoor ik het ruisen van de rivier en het geluid van in het oerwoud levende dieren.

's Ochtends maken we met de hele groep een wandeling door het regenwoud. Mooi, maar niet spectaculair. Ook staan we voor mijn gevoel iets te vaak stil als de gids weer eens iets wil vertellen. Tijdens de trekking blijkt dat bloedzuigers goed hier in het tropische regenwoud goed gedijen. Maar kennelijk houden ze niet van mijn bloed. In tegenstelling tot een paar groepasgenoten hoeven bij mij namelijk geen bloedzuigers verwijderd te worden. Achteraf heb ik van een ding spijt. En dat is dat ik mijn Teeva's niet heb meegenomen. Tijdens de wandeling moeten we namelijk twee keer door een rivier waden waarvan de bodem bezaaid ligt met stenen. Welliswaar mooi ronde stenen, maar toch doet het lopen over deze stenen zeer aan mijn voeten en heb ik achteraf een paar blauwe plekken onder mijn voeten.


Per olifant door de rivier in Tangkahan

's Middags maak ik samen met een paar groepsleden en twee andere toeristen een tochtje per olifant. Ik ben een beetje verbaasd als ik de plek zie waar we op moeten stappen. Een stijger aan de oever van de rivier. Maar even later zie ik van een afstand een aantal olifanten door het water in onze richting lopen. Een onvergetelijk gezicht. De tocht gaat deels door het oerwoud en deels door de rivier. Vooral de manier hoe de grote olifanten behoedzaam door de snel stromende rivier lopen vind ik mooi om te zien. De naast de olifanten lopende rangers blijken zich goed bewust van de wensen van de gemiddelde toerist. Ze vragen iedereen die een fototoestel bij zich heeft om deze af te geven zodat zij foto's kunnen maken van de op de olifant zittende toerist. Ook ik geef mijn camera af. Maar helaas zal achteraf blijken dat de ranger aan wie ik mij camera gaf niet goed overweg kon met een spiegelreflexcamera.

Na de tocht wandelen we met een aantal olifanten terug naar de rivier. Hier is het mogelijk om te helpen bij het wassen van de olifanten. Op hun beurt zijn de olifanten bereid om je te helpen bij het nemen van een douche door met hun slurf een flinke straal rivierwater over je heen te sproeien. Tot slot krijgen alle aanwezigen een zakje met fruit om aan de olifanten te voeren. Dit kun je doen door de olifant het fruit met z'n slurf aan te laten pakken, of door het fruit in de bek van de olifant op de ruwe maar ook verrassend zachte tong te leggen.

's Avonds eten we met de hele groep bij de lodges. Gelukkig is het wat minder warm dan gisteren. Of zou het alleen minder warm aanvoelen omdat ik al een beetje begin te wennen aan de temperatuur? Aan het begin van de avond begint het opnieuw te regenen en te onweren. Het regent nog steeds als ik naar bed toe ga.

Wereldstekker

Een wereldstekker meenemen naar Indonesie is niet nodig. De tweepolige stekker zoals we die in Nederland gebruiken past ook in een Indonesisch stopcontact. Zal wel een overblijfsel zijn uit de tijd dat Indonesië (toen nog Nederlans Indië) een Nederlandse kolonie was.

 

Donderdag 6 juni 2013, naar Bukit Lawang

Apen in een bananenboom bij Tangkahan
Apen in een bananenboom bij Tangkahan

Als ik rond een uur of zes wakker word, denk ik eerst dat het nog steeds regent. Maar even later realiseer ik me dat ik het ruisen van de rivier verwar met het geluid van regen en dat het inmiddels gestopt is met regenen. Om half zeven sta ik op en pak ik mijn rugzak in. Alleen de broek en het T-shirt dat ik gisteren aan had bij de olifantendouche pak ik nog niet in omdat ze nog niet helemaal droog zijn. Ik hang ze daarom te drogen op de veranda voor mijn huisje. Als ik terug kom van het ontbijt zijnze nog niet helemaal droog, maar in ieder geval en stuk droger. Ik stop de laatste spulletjes in de rugzak en geef deze aan een drager die de bagage over de wiebelende hangbrug zal dragen. Rond kwart voor negen beginnen we zelf aan de wandeling naar de loopbrug. Normaal gesproken een wandelingetje van zo'n 15 minuten. Door een onverwacht fotomoment zullen wij er veel langer over doen. Onderweg zien we namelijk een hele groep apen bij een paar bananenbomen.

Nadat we de rivier zijn overgestoken, komen we aan bij een derietal terreinwagens waarmee we vandaag naar Bukit Lawang zullen rijden. Onderweg zullen we twee korte stops maken. Althans, dat is de bedoeling. Doordat bij de tweede stop de radiatorslang van een van de auto's gerepareerd moet worden, duurt deze stop langer dan gepland. Maar ondanks deze kleine tegenslag zijn we om één uur in Bukit Lawang. Als we in Bukit Lawang aankomen wordt onze bus bijna bestormd door een leger van dragers die allemaal hopen een deel van onze bagage naar het aan de andere kant van de rivier gelegen hotel te mogen dragen.

Na de lunch worden we door een lokale gids geïnformeerd over de mogelijkheden om morgen een korte of langere wandeling te maken. Net als de rest van de groep besluit ik een bezoek aan bezoek aan de voederplaats van orang-oetangs te combineren met een korte trekking. Hierna loop ik samen met Karin nog even naar het aan de andere kant van de rivier gelegen dorp. Als we halverweg de brug zijn begint het te regenen. Eerst nog zachtjes, maar al sneller harder. Het duurt niet lang of het water komt met bakken uit de lucht. In Nederland wordt het dan meestal direct een stuk kouder, maar omdat het hier warm water regent koelt het ondanks de regen nauwelijks af en loop ik te zweten in de regen.


Brug bij Bukit Lawang

Terug bij de lodges kleed ik mij om en ga met de rest van de groep eten in het restaurant van het door de Nederlandse Saskia en haar Indonesische man gerunde kindertehuis. Sakia en Sugianto hebben elkaar in 2005 in Bukit Lawang leren kennen. Samen besloten ze de kinderen die alleen achter gebleven waren nadat het dorp op 2 november 2003 was getroffen door een grote overstroming te helpen. In het restaurant staat een heerlijk dinerbuffet voor ons klaar. Na het eten vertellen Sakia en Sugianto over hun missie. Uit het verhaal spreekt hun liefde voor de kinderen en hun liefde voor elkaar. Maar er komen ook andere verhalen voorbij. Verhalen waaruit blijkt met welke opstartproblemen en tegenslagen ze te maken hebben gehad. Zo kregen ze goederen die ze vanuit Nederland naar Sumatra hadden laten verschepen maar met de grootste moeite door de douane en werden ze geconfronteerd met kinderen die geronseld werden voor een koranschool. Maar het verhaal dat op mij de meeste indruk heeft gemaakt is het verhaal over een 11-jarige jongen uit het kindertehuis die samen met twee vriendjes inbreekt in een winkel in het dorp. De jongen wordt gepakt. Het is duidelijk dat hij gestraft zal worden. De hoogte van de straf zal bepaald worden door het dorpshoofd. Het dorpshoofd bepaald dat de jongen niet meer naar school mag en dat zijn beide benen gebroken moeten worden. Ik had nooit verwacht dat deze, voor mijn gevoel middeleeuwse praktijken hier nog steeds voor zouden komen. Ook Saskia trekt het op dat moment even niet meer en neemt het eerste vliegtuig terug naar Nederland. Als ze een tijdje later terug komt merkt ze dat ze met haar actie iets los heeft gemaakt in het dorp. Het gevolg is dat de benen van de jongen niet gebroken zijn en dat de jongen ook weer naar school mag. Aan het eind van de avond laat Saskia, of beter gezegd twee kinderen die in het kindertehuis wonen, ons het kindertehuis zien. Ook nu blijkt weer hoeveel Saskia van deze kinderen houdt en omgekeerd. Al met al een avond die in niet snel zal vergeten.

Vrijdag 7 juni 2013, oog in oog met Mina

Oerang Oetang
Orang-oetang moeder met kind

Na eerst in het hotel ontbeten te hebben vertrekken we om zeven uur voor een korte trekking door het regenwoud van het Gunung Leuser National Park. Voordat we in het park zijn lopen we eerst een stuk door een rubberplantage. Het pad is hier nog goed begaanbaar. Na een half uurtje lopen zijn we in het Gunung Leuser National Park en wordt het pad steeds slechter en gladder. Geleidelijk aan stijgt de temperatuur en het duurt dan ook niet lang of ik heb geen droge draad meer aan mijn lijf. Dit terwijl het lopen over deze steile en smalle paadjes de gidsen geen enkele moeite lijkt te kosten. Even voor negenen zijn we op een voor ons belangrijk punt, de voederplaats voor orang-oetangs. Mooi op tijd want om negen uur (en niet om half negen zoals in diverse reisgidsen staat) is het voedertijd. Als we bij de voederplaats komen is er nog geen orang-oetang te zien. Kennelijk weten zij ook dat de informatie in de reisgidsen niet klopt. Onderweg naar de voederplaats toe hebben we al wel een paar orang-oetangs, waaronder een moeder met kind, in de bomen zien zitten. Dat was al een indrukwekkende gezicht en ik verheug met dan ook erg op het feit dat ik hier deze 'woudmensen' (orang = mens, hutan = woud) van dichtbij zal kunnen bekijken.

De orang-oetang

De tropische regenwouden van Sumatra en Borneo zijn de enige gebieden ter wereld waar de orang-oetang nog in het wild voorkomt. De grootschalige, veelal illegale, kap van het regenwoud voor het aanleggen van (palmolie)plantages is het leefgebied van de orang-oetang sterk ingekrompen. Geschat wordt dat er nog 12.000 tot 15.000 Borneose orang-oetans zijn. Van de Sumatraanse orang-oetang zijn er nog ongeveer 9.000. Dit aantal daalt met 1.000 per jaar! Er zijn schattingen die ervan uitgaan de orang-oetang binnen 5 a 10 jaar niet meer in het wild zal voorkomen.

In 1973 is met steun van het Wereld Natuurfonds het Orang-Utan Rehabilitation Centre opgericht. Hier worden dieren die (illegaal) in gevangschap werden gehouden getraind in hun natuurlijke gedrag. Daarna worden ze vrijgelaten.

We staan nog maar kort bij de voederplaats als de rangers ons wijzen op een aantal bomen waarvan de bladeren schudden alsof het hard waait. Maar er staat geen wind. Dat kan bijna niets anders betekeken dan dat er een of meerdere orang-oetangs aankomen. En ja, even later meldt zich een orang-oetang op de voederplaats. Het is een jong dier. Toch moet de aap al minimaal vijf jaar oud zijn omdat het niet meer bij de moeder is. Nadat deze orang-oetang een aantal bananen heeft gegeten verdwijnt hij (of zij) weer in het oerwoud. Daarna blijft het een tijdje stil totdat er weer beweging in het bladerdek komt. Er is weer een orang-oetang onderweg naar de voederplaats. En niet zomaar een orang-oetang, het is Mina (zie kader). En Mina blijkt zo haar eigen idee te hebben over het bijvoederen. In plaats van naar de voedertafel te gaan gaat Mina naar de plek waar ik op dat moment sta. De rangers gebaren dat alle aanwezige toeristen (ca. 20) op een andere plek moeten gaan staan. En dan gebeurd het. Terwijl ze op de door de rangers aangewezen plek wil gaan staan glijdt een groepsgenote uit op de gladde ondergrand. Hierbij bezeert ze haar enkel. Zijzelf en mensen in haar omgeving horen iets knappen. Haar voet zwelt direct op en ze kan er niet meer op staan. Dat ziet er niet goed uit. Ik krijg hier weinig van mee omdat het achter mij rug gebeurd en ik gefascineerd kijk naar Mina die op nog geen tien meter bij mij vandaan kort boven de grond in een boom hangt. De rangers bieden haar wat bananen aan die Mina direct aanpakt. Zo te zien smaken de banenen goed. Ook lijkt Mina vandaag in een goed humeur en oogt ze totaal niet agressief. Rond half tien geven de rangers aan dat de voedertijd voorbij is en dat het tijd is om te vertrekken. Als ik mijn camera in mijn tas wil doen zegt een van de rangers dat ik daarmee nog even moet wachten. Want als ik mijn tas nu zou openen loop ik het risico dat Mina 'mijn tas wil inspecteren op de aanwezigheid van bananen'.

Mina

Mina

De meest bekende bewoner van Bukit Lawang's jungle is een vrouwelijke orang-oetang genaamd Mina. Mina is zowel de meest geliefde als ook de meest gevreesde orang-oetang.

Haar reputatie als meest gevreesde orang-oetang heeft ze te danken aan het soms agressieve houding naar mensen toe. Elke gids heeft wel een verhaal over een gewelddadige ontmoeting met Mina. Volgens overleveringen heeft MIna in totaal meer dan 60 gidsen aangevallen. Toch spreken alle gidsen vol liefde over deze humeurige en soms agressieve aap. Er zijn ook meerdere verhalen bekend van toeristen die door Mina zijn aangevallen. Toch hoef je daar in de praktijk niet bang voor te zijn zolang je de aanwijzingen van de gidsen opvolgt.

Het feit dat Mina soms agressief is naar mensen toe is niet zonder reden al verschillen de meningen over de exacte reden. Zo zijn er mensen die zeggen dat Mina, die jarenlang in gevangenschap heeft geleefd, nog steeds verwacht dat ze gevoerd wordt door mensen en dat ze agressief wordt als dat niet gebeurd. Anderen zeggen dat Mina in de tijd dat ze in gevangenschap leefde mishandeld is door mensen en dat ze daarom mensen niet meer vertrouwd.

Het was de bedoeling om nog een stuk verder door het regenwoud te lopen, maar na de ongelukkige val val een groepsgenote, die inmiddels niet meer op haar opgezwollen voet kan staan., heeft niemand daar nog zin in. Daarom lopen we terug naar de rivier over hetzelfde steile en glibberige pad. De onfortuinlijke groepsgenote wordt door twee gidsen naar beneden gedragen. Karin en haar reisgenote blijven bij haar terwijl ik met de rest van de groep vooruit loop. Als we bijna bij de rivier zijn komen we vier mannen tegen die een opvouwbare brancard bij zich hebben. Zij zijn onderweg om de geblesseerde groepsgenote op te halen.

Bukit Lawang
In een rubberboot de rivier over

Als we bij de rivier komen blijkt dat we deze in een rubberboot moeten oversteken. Gelukkig is de boot vastgemaakt aan een sterke staalkalbel zodat er weinig kan gebeuren. Als de we rivier over zijn gaan we bij een klein barretje even iets drinken. Terwijl we daar zitten zien we de brancard met daarop de ongelukkig gevallen groepsgenote voorbij komen. Als we even later bij het hotel aankomen zien we dat zij nog steeds op de brancard ligt. Er wordt gebeld met haar reisverzekering in Nederland en er wordt vervoer naar Medan geregeld. Terwijl Karin met de lokale agent belt om te vragen wat een goed ziekenhuis in Medan is, is haar reisgenoot bezig haar spullen in te pakken. Karin zal mee gaan naar het ziekenhuis in Medan, maar zal dezelfde dag nog weer terug gaan naar Bukit Lawang. Als alles meevalt met onze groepsgenote, maar dat lijkt niet erg waarschijnlijk. In dat geval zal de lokale reisagent zich over onze groepsgenote ontfermen.

Na met een paar groepsgenoten geluncht te hebben wandel ik naar het dorp. Het dorp stelt niet veel voor. Ik maak een praatje met een paar Nederlandse backpackers en drink een colaatje bij een barretje met uitzicht op de rivier. Daarna loop ik terug naarhet hotel. Hier fris ik mij op waarna ik onder een prieeltje met uitzich op de rivier mijn dagboek bijwerk. Terwijl ik zit te schrijven hoor ik achter mij lawaai. Als ik omkijk zie ik hoe een groep apen (Gibons?) zich van boom naar boom slingert. Tja, dat kan dus als je aan de rand van het oerwoud overnacht.

's Avonds eet ik samen met de rest van de groep in het restaurant van het hotel. Als ik na het eten terugloop naar mijn kamer krijg ik de deur niet open en zit de sleutel ineens muurvast in het slot. Ik loop terug naar het restaurant en vraag om hulp. Een mederwerker van het hotel loopt, gewapend met een zaklamp, schroevendraaier en tang, met mij mee. Na een half uurtje prutsen heeft hij de deur open. Maar daarvoor heeft hij wel het cilinderslot moeten slopen waardoor de deur niet meer op slot kan, Ik verhuis daarom naar een kamer verderop. Als ik mijn spullen op die kamer heb gelegd is het tijd om mijn moeder te bellen om haar te feliciteren met haar verjaardag. Daarna pak ik mijn rugzak in. Morgen zullen we namelijk al weer vertrekken uit Bukit Lawang.

Zaterdag 8 juni 2013, naar het Toba meer

Om zes uur sta ik op. Na mij gedoucht te hebben, of beter gezegd met een grote beker water over mijn hoofd geschept te hebben, zet ik mijn rugzak voor mijn kamer en ga ontbijten. Hier hoor ik dat de groepsgenote die gisteren is gevallen haar voet heeft gebroken. Voor haar betekent dat een heel vervelend einde van deze rondreis en een vervroegde terugkeer naar Nederland.

Markt in Berastagi
Markt in Berastagi

Omdat Karin en de chauffeur gisteren pas laat terug waren uit Medan vertrekken we iets later dan de bedoeling was. Even na achten verlaten we Bukit Lawang en gaan we op weg naar het Tobameer. En rit van ongeveer tien uur. Over een vrij goede weg rijden we via Medan naar Berastagi. Hier stoppen we voor een kort bezoek aan de lokale markt. Op de markt wordt vooral veel fruit verkocht. Maar ook andere zaken, waaronder dieren. Ik zie vooral veel konijnen maar ook kippen, muizen en honden die te koop aangeboden worden.

Na het bezoekje aan de markt rijden we verder. Even later komen we bij een klein dorpje in de file te staan. Begint de middagspits hier al zo vroeg? Dat blijkt niet zo te zijn. De file blijkt het gevolg te zijn van een bruiloftsfeest dat in het dorp aan de gang is.

In de loop van de dag is de zon steeds meer acher de wolken verdwenen. Tijdens de stop in Berastagi regent het zelfs een beetje. En na Berastagi rijden we soms in een dikke mist door de heuvels. Als we bijna bij het Tobameer zijn stoppen we in Sipiso Piso. Hier is een mooi uitzichtspunt. Met helder weer heb je hier een schitterend uitzicht op het Tobameer, maar vandaag kun je helaas niet echt ver kijken. En ver kijken kan al helemaal niet meer als we aan het begin van de avond in het donker in Prapat, dat aan het Tobameer ligt, aankomen In Pabat stappen we in een boot van het hotel waarmee we naar het hotel in Tuktuk op het schiereiland Samosir varen. Rond acht uur leggen we aan bij de steiger van het mooie hotel waar we de komende drie nachten zullen slapen. Snel de bagage op de kamer zetten en daarna eten.

Na het eten ga ik op de veranda voor mijn kamer zitten. Doordat het hotel een Wifi netwerk heeft, is dit een mooi moment om mijn mail te checken en even te facebooken. Terwijl ik dat doe begint het te regenen. Maar gelukkig zit ik droog. Als ik even later naar bed toe ga hoor ik hoe het steeds harder gaat regenen. En dat in de 'droge tijd'. Net als in Nederland lijkt het weer ook hier van slag.

De katten van Sumatra

Bij bijna elk huis in Sumatra loop wel een kat rond. Katten die op het eerste gezicht weinig verschillen van de Europese kat. Ze zijn even groot en hebben dezelfde kleuren. Toch is er een opmerkelijk verschil. De staart. De katten op Sumatra hebben bijna allemaal een korte staart die eindigt in een dikke knobbel of aan het eind knikvormig is gebogen alsof de staart gebroken is. Dit is des te opmerkelijker omdat de wilde kat die op Sumatra voorkomt dit niet heeft. Gezegd wordt dat de vreemde kaatenstaart is ontstaan nadat ooit Europese katten gekruist werden met staartloze Japanse katten. Maar of dat verhaal klopt?

Zondag 9 juni 2013, Samosir het eiland van de Toba-Bataks

Siallagan

Siallagan
Siallagan

Op de dag dat de onfortuinlijk gevallen groepsgenote terug zal vliegen naar Nederland ga ik met de rest van de groep in twee auto's een tour maken langs een aantal bezienswaardigheden op het Samosir, het eiland van de Toba-Bataks. Vanuit Tuktuk rijden we eerst zo'n vier kilometer naar het noorden totdat we in Ambarita zijn.

Terwijl we in de richting van Ambarita rijden valt mij op hoeveel mensen er op deze zondag met een bijbel of liedboek in de hand te voet onderweg zijn naar de kerk. Kennelijk zitten we in een streek waar veel christenen wonen. Gisteren was het mij ook al opgevallen dat naarmate we dichter bij het Tobameer kwamen het aantal moskees af leek te nemen en de 'kerkdichtheid' juist toe leek te nemen.

In Ambarita gaan we naar Siallagan. Op het centrale plein van dit oude koningsdorp staan, ongeven door traditionele Batakhuizen, uit natuursteen gehouden stoelen en een ronde tafel. Even verderop staat nog een groep megalieten. De ongeveer drie eeuwen oude megalieten vervulden een rol bij het besturen van de gemeenschap. Koningen kwamen er met priesters bijeen om te vergaderen en er werd recht gesproken. Een 'rechtzaak' begon bij de eerste groep megalieten. In het huis vlakbij de megalieten werd de verdachte vastgehouden en hier werd bepaald of de verdachte schuldig was of niet. Werd je schuldig bevonden aan een zwaar misdrijf, dan wachtte de dood. De manier waarop je gedood werd verschilde van een snelle en relatief pijnloze dood tot een langzame pijnlijke dood. Maar dat laatste 'recht' was alleen voorbehouden aan dappere misdadigers. Deze stierven een pijnlijke dood bij de tweede groep megalieten. Zo werden de ogen van de misdadiger uitgestoken waarna er bijtend citroensap in de lege oogkassen werd gegoten. Uiteindelijk werd de misdadiger op een groot stenen blok onthoofd. Hierna werd een deel van het hart opgegeten door de koning.

Om Ambiarita te verlaten moeten we door een straatje met veel souvenirkraampjes. Het feit dat toeristen bij het verlaten van een bezienwaardigheid verplicht worden om tussen kraampjes door te lopen in de hoop hen te verleiden tot het kopen van souvenirs is een strategie die in Indonesië veel vaker wordt toegepast.


Dansvoorstelling in Huta Bolon

We rijden verder naar het ongeveerd 16 kilometer verderop gelegen plaatsje Simanindo. Hier ligt een ander oud koningsdorp, Huta Balon. In Huta Balon bekijken we eerst een kleine tentoonstelling in het 250 jaar oude huis van koning Sidauruk. In Huta Bolon bekijken we ook een voorstelling van een traditionele Batak dans.

De volgende stop is in een weversdorp. Van alle plaatsen die we vandaag bezoek vind ik dit de minst interessante. Na een korte stop bij het weversdorp rijden we verder naar het graf van koning Sidabutar In het dorp Tomok. Hier moeten we om er te komen al een weg omgeven de souvenirskraampjes volgen.Tot slot rijden we met de auto's naar een mooi uitzichtpunt. Al met al een mooie rit over Samosir.

Zoals gebruikelijk gaat het 's avonds weer regenen. Maar gelukkig is het niet ver lopen naar het restaurant waar we gaan eten. Een groepsgenote voelt zich niet fit. Op dat moment denkt ze nog dat het de volgende dag wel weer over zal zijn. Maar dat zal heel anders lopen.

Maandag 10 juni 2013, wandelen op Samosir

Als ik rond half acht ga ontbijten treft ik in het restaurant de man van de groepsgenote die zich gisterenavond niet fit voelde. Hij heeft afgelopen nacht slecht geslapen omdat zijn vrouw de hele nacht op een neer gelopen heeft tussen het bed en het toillet.

Doorsmeer
Doorsmeer

Na het ontbijt begin in rond half negen aan een wandeling over Samosir. De route stippel ik uit met behulp van een plattegrondje dat ik van het hotel heb gekregen. Het plattegrondje is echter niet echt duidelijk en de kaart is, zoals de eigenaresse van het hotel zei, 'a bit out of scale'. Maar toch biedt de kaart mij voldoende houvast tijdens de wandeling. Vanaf het hotel loop ik over de weg naar Siallagan. Hier verlaat ik bij een 'doorsmeer' de harde weg en loop verder over een pad lang rijstvelden aan de voet van de bergen.

In de buurt van de de tombe van koning Sidabutar verlaat ik dit pad en loop ik weer naar de verharde weg. Bij de weg aangekomen wandel ik in de richting van het hotel in Tuktuk. Een eindje verder wordt ik aangesproken door twee meisje die samen met twee oudere mensen voor een huis een soort fruit zitten te eten dat ik niet ken.

Jambu
Jambu

Het blijkten jambu's te zijn (een soort Syzygium). Ik wordt uitgenodigd om bij hen te komen zitten en van het roze, harde fruit te proeven. Erg enthousiast over de smaak ben ik niet. Ook niet als ik ze, zoals de meisjes ook doen, ze eerst in een soort ketjap doop. Wel heb ik hier een leuke tijd. Als ik weer verder wil lopen geven de meisjes aan dat ze graag met mij op de foto willen. Dat is overigens iets wat mij deze vakantie erg vaak gebeurd. Mensen kijken vaak verbaasd op als ze een ruim twee meter lange blanke man voorbij zien lopen en vragen daarna, als ze hun verlegenheid hebben overwonnen, vaak of ze met mij op de foto mogen. Meestal wel leuk om te doen, maar op erg drukken plekken (zoals bij de Borobudur) is er geen beginnen aan. Want als je dan ingaat op zo'n verzoek, dan komen er direct hele groepen aanlopen die allemaal op de foto willen.

Na de leuke tussenstop loop ik verder in de richting van de driesprong waar ik vanmorgen rechtsaf ben geslagen in de richting van Siallagan. Lopend over het pad tussen de rijsvelden en de bergen ben ik deze driesprong voorbijgelopen. Dat houdt in dat ik nu van de andere kant kom en op de driesprong rechtsaf zal slaan in de richting van Tuktuk. Maar ik heb dorst gekregen van de jambu's, en vooral van de ketjap bij de jambu's, en besluit een colaatje te gaan drinken bij een stalletje vlakbij de driesprong. Hier maak ik een praatje met een aantal jonge mannen die hier aan een van de twee tafeltjes zitten. Daarna loop ik terug naar het hotel waar ik rond half een aan kom. Liggen op een paar dikke kussens rust ik hier wat uit en drink ik een sapje. Van haar man hoor ik dat de zieke groepsgenote hoge koorts heeft (39,7). Gelukkig zal de koorts later weer zakken nadat een een paar paracetamolletjes heeft genomen.

Tobameer
Uitzicht op het Tobameer

Na eventjes bij het hotel gezeten te hebben loop ik naar een vlakbij gelegen restaurant met mooi uitzicht op het Tobameer. Ondanks het mooie uitzicht dat het restaurant zijn klanten aanbiedt ben ik de enige klant. Ik heb ook geen idee wanneer hier voor het laatst een klant is geweest. Het lijkt mij daarom een beetje riskant om hier een vleesgerecht te bestellen en kies daarom voor een gerecht met tofu en groente. Samen met een Bintang (een Indonesisch biermerk) smaakt het heerlijk.

Na het eten loop ik terug naar het hotel. Na me gedoucht te hebben ga ik op de veranda voor mijn kamer zitten. Hier verzorg ik een blaar op een van mijn voeten en werk ik mijn dagboek bij. Ook lees ik verder in het e-book 'Nederland valt aan' dat gaat over de aanloop naar naar de oorlog tussen Nederland en (het huidige) Indonesië in 1947.

Aan het eind van de middag kijk ik wat rond in de souvenirwinkeltjes in de buurt van het hotel. Het valt mij op dat, net zoals ik dat al in andere Aziatische landen heb gezien, alle winkeltjes dezelfde spullen verkopen. Kennelijk kijken ze dat van elkaar af of kopen ze in bij dezelfde groothandel. In heb mijn zinnen gezet op een miniatuur Batak huis. Maar kennelijk biedt ik niet genoeg want er wordt niet ingegaan op mijn bod. Ook niet als ik de winkel uit loop. Uiteindelijk koop ik een huisje waar eerst 35.000 rupiah voor gevraagd werd voor 25.000 rupiah.


Ga naar:
Op alle foto's rust auteursrecht en voor ieder gebruik is naamsvermelding en toestemming verschuldigd.