Verslag: Indonesië
(Sumatra, Java, Bali)
Vlag Indonesie

Week 2 (Sumatra en Java)

In 2013 heb ik van 3 juni tot en met 2 juli een 30-daagse rondreis door Indonesië gemaakt. En meer specifiek, een reis over de eilanden Sumatra, Java en Bali. Oftewel, een reis langs vulkane en rijstvelden. Deze reis heb ik geboekt bij Sawadee in Amsterdam. Op deze pagina staat een verslag de tweede week van deze reis.

Links naar aanvullende informatie:

Algemeen:

Feiten en cijfers

Filmpjes

Foto's

Nationale vlag

Sumatra:

Feiten en cijfers

Java:

Feiten en cijfers

Bali:

Feiten en cijfers

Externe links:

Dopper

Kindertehuis Bukit Lawang

Indonesië.nl

Stichting Semangat

Dinsdag 11 juni 2013, van Tuktuk naar Sipirok

Prapat - Tobameer
Overstappen van de boot in de bus in Prapat aan het Tobameer.

Even na achten varen we met de boot van het hotel het Tobameer op. Met de boot zullen we naar het aan de andere kant van het meer gelegen Prapat varen. Hier zullen we in de bus stappen waarmee we vandaag de lange rit naar Sipirok zullen maken. Als we met de boot in Prapat aankomen, is onze bus nergens te zien. Dat geeft met even de tijd het pleintje bij het haventje te bekijken. Niet dat er erg veel te zien is. Een groot beeld van een zwaaiende man en vrouw en een beeld van een beeld van een vogel. Van dit laatste beeld is de kop verdwenen. Of zal die er nooit opgezeten hebben en gaat het hier inderdaad, zoals een groepsgenoot suggereert, om een beeld van een 'kip zonder kop'. Even later komt onze bus aanrijden. Onze tassen en koffers gaan achter in de bus waarbij de achterbank wordt vrijgehouden. Op die manier kan de nog steeds zieke groepsgenote languit op de achterbank liggen.

Balige
De markt in Balige

's Ochtends laat de zon zich regelmatig zien, maar al snel verdwijnt ze achter de wolken. Onderweg maken we een paar tussenstops. De eerste stop is bij een kleine plantage waar we uitleg krijgen over alle kruiden en gewassen die door verbouwd worden. Deze tussenstop sluiten we af met het eten van een paar overheerlijke ananassen. De tweede tussenstop is in Balige waar we een hele mooie kleurrijke lokale markt bezoeken. Als we rond elf uur in Balige aankomen is de zon volledig achter de wolken verdwenen in regent het zelfs een beetje. Na balige rijden we verder tussen mooie groene heuvels door. We zien ook veel mooie groene rijstvelden. Dat is een heel ander gezicht dan de bruine rijstvelden waar ik op Samosir tussendoor gewandeld ben. We maken nog een paar fotostops en natuurlijk maken we ook een lunchstop. Ik kies hier voor de gebakken garnalen. Een goede keuze zo zal even later blijken.

Rijstvelden op Sumatra
Rijstvelden op Sumatra

Na de lunch rijden we het laatste stuk naar Sipirok door de regen en over een slechte weg. Op sommige plaatsen zijn grote stukken van de weg weggespoeld door de regen. Hierdoor is de weg op een aantal punten erg smal geworden. Maar gelukkig is de weg nergens te smal voor onze bus.

Om zes uur zijn we bij het hotel in Sipirok waar we de komende nacht zullen slapen. Overigens is ook hier, zoals tot nu toe steeds deze reis, de sprake van een hotel in de zin van één groot gebouw met verschillende kamers maar bestaat het hotel uit verschillende losstaande huisjes. Het zijn dus eerder lodges dan een hotel. In dit geval slaap ik in een twee-onder-een-kap-lodge.

Tegen de tijd dat we in Sipirok aankomen is het hard gaan waaien. En als ik mijn kamer binnenstap zie ik dat het niet alleen buiten hard waait. Een kast op mijn kamer staat gewoon te schudden voor de muur. Of zou de kast de muur zijn?

's Avonds eten we met de hele groep in het restaurant van het hotel. Een andere keuze is er ook niet. Ja, niet eten. Maar dit is voor mij geen optie. Voordat iedereen naar zijn of haar kamer ging hebben we al doorgegeven wat we willen eten. Als we om half acht aan tafel schuiven duurt het dan ook niet lang voordat het eten op tafel staat.

Tegen de tijd dat ik ga slapen is de wind gelukkig een beetje gaan liggen waardoor de kast niet meer staat te schudden.

Nederlandse woorden

In het straatbeeld zie je, als gevolg van de jarenlange aanwezigheid van Nederlandse in dit gebied, nog met enige regelmaat 'Nederlandse' woorden voorbij komen. Een aantal opmerkelijke van oorsprong Nederlandse woorden die je in het straatbeeld tegenkomt zijn:

  • doorsmeer
  • knalpot
  • pispot
  • taksi
  • polisi

Woensdag 12 juni 2013, van Sipirok naar Bukittinggi

Nootmuskaat
Nootmuskaat

Na in het hotel ontbeten te hebben vertrekken we rond kwart voor acht al weer uit Sipirok. Sipirok was voor ons niet meer dan een onderbreking van de rit naar Bukittinggi. Het weer is ideaal voor een lange reisdag. Het is droog en niet erg warm doordat de zon een groot deel van de dag schuil gaat achter de wolken.

Onderweg naar Bukittinggi maken we een paar leuke tussenstops. De eerste is bij een soort kruidentuin waar we uitleg krijgen over allerlei planten die daar groeien. De tweede stop is bij een mooie kleurrijke markt in een klein dorpje.

Terwijl we verder rijden door een mooi groen en glooiend landschap realiseer ik me dat er ongemerkt een aantal zaken zijn veranderd. Zo hebben de grootschalige palmolieplantages plaatsgemaakt voor kleinschalige landbouw (vooral veel rijstvelden) en hebben de kerken plaatsgemaakt voor moskeeën.

Terwijl we naar Bukittinggi rijden, komen we langs twee grote militaire complexen. Op die momenten gaat onze chauffeur langzaam rijden. Uit respect of omdat hij bang is anders aangehouden te worden? Duidelijk uit respect gaan we langzaam rijden als we door een klein dorpje rijden waar op dat moment een uitvaart aan de gang is.

Warmwaterbronnen
Warmwaterbronnen

Aan het eind van de ochtend zien we langs de weg allemaal kleine houten huisjes staan. Volgens Karin zijn de huisjes gebouwd voor mensen voor wie een normaal huis te duur een. Een soort armenhuisjes dus. Een echtpaar van Aruba dat ongeveer dezelfde rondreis maakt als wij en die wij onderweg een aantal keren tegenkomen krijgt bij dezelfde huisjes echter te horen dat in deze huisjes jongens wonen die naar een nabij gelegen koranschool gaan.

'Na de lunch rijden we verder. Op een bepaald punt loopt de weg langs een smalle rivier. Op zich niet het noemen waard, maar wat deze rivier noemenswaardig maakt zijn de door mensen gemaakte installaties in de rivier. Installaties die zich nog het best laten omschrijven als snel draaiende waterraden. Het blijken 'goudzoekmachines' te zijn. Maar aangezien ik geen mensen zie die hun kostbaarheden beschermen ljkt het mij dat er maar weinig goud wordt gevonden. Even na drieën maken we tussenstop bij naar zwavel ruikende warmwaterbronnen. Het is jammer om te zien hoeveel afval er rond deze bronnen ligt. Voor we in Bukkittinggi zijn maken we nog één tussenstop. Dit keer op dit plek waar we de evenaar passeren. En net als op alle andere plaatsen op de wereld waar in (over land) de evenaar ben gepasseerd, maakt de lokale bevolking dankbaar gebruik van het feit dat veel mensen hier een tussenstop maken. Hier duurt dan ook niet lang of we worden omringt door souvenirverkopers. Maar doordat de verkopers niet heel opdringerig zijn stoort me dat niet. Na deze laatste tussenstop rijden we door naar Bukittinggi. Rond half acht zijn we bij het hotelwaar we de komende twee nachten zullen slapen. En dit keer is het een 'echt' hotel en geen lodges.

Donderdag 13 juni 2013, wandelen door dorpjes en rijstvelden

Klokkentoren
De klokkentoren in Bukittinggi

Gisteren werd ik door andere hotelgasten 'gewaarschuwd' voor het ochtendgebed van de vlakbij het hotel gelegen moskee. Maar kennelijk begin ik er al aan gewend te raken, of slapen de mensen die mij vertelden over het lawaai van de moskee erg licht. In ieder geval wordt ik er wel eventjes wakker van, maar val snel weer in een diepe slaap. Even na zevenen loop ik naar beneden om in het restaurant van het hotel te gaan ontbijten. Groepsgenoten zie ik daar dan nog niet. Wel veel Indonesische gasten. Meest vrouwen met een hoofddoek. Terwijl ik zit te ontbijten lopen twee groepsgenoten het restaurant binnen. Het is het echtpaar waarvan de vrouw al een paar dagen ziek is. En aan haar gezicht te zien is ze nog lang niet beter. Als ze even later bij mij aan tafel komen zitten hoor ik dat ze nog steeds last heeft van diarree en darmkrampen.

Na het ontbijt loop ik naar het centrum van Bukittinggi om bij een geldautomaat wat rupiahs te pinnen. Ik trek 2.500.000 rupiahs uit de automaat. Dat klinkt veel, maar omgerekend is het ongeveer 200 euro. Na geld gepind te hebben zie ik dat ik al dicht bij de klokkentoren ben en besluit om die even van dichtbij te gaan bekijken. Zo vroeg in de ochtend is het nog rustig bij de klokkentoren. Al maken de eerste verkopers zich al op voor een nieuwe dag en leggen ze hun kleedje met waren aan de voet van de toren.

Als ik even later het hotel binnen loop zie ik bij de receptie een man staan die direct mijn aandacht trekt. Statige houding, witte jas, zwarte broek en een grote, vierkante leren tas. Het is mij direct duidelijk dat deze man arts is. Hij blijkt door Karin bij de zieke groepsgenote geroepen te zijn. Zijn diagnose is dat ze een bacteriële infectie heeft. Hij schrijft haar medicijnen (antibiotica?) voor en geeft haar instructies over wat ze wel en niet mag eten en drinken. Geen koolzuurhoudende dranken, geen sportdrankjes en geen vet eten.

Vandaag splitst de groep zich in tweeën. Een deel van de groep gaat in de omgeving van Bukittinggi een Rafflesia Arnoldii. De Rafflesia Arnoldii is dede grootste solitaire bloem op aarde. Van de grootste solitaire bloem op aarde zal deze groep daarna naar de duurste koffie op aarde gaan, de Kopi Luwak.De hoge prijs van de Kopi Luwak, ook wel Civetkoffie genoemd, wordt niet veroorzaakt doordat de gebruikte koffiebessen zelf zo zeldzaam zijn, maar door het zeer speciale productieproces. De productie begint vrij standaard met het verbouwen van de koffie op een plantage. Maar dan komt het bijzondere. Op de plantage worden de bonen gegeten door de luwak, een civetkatachtige. Het vruchtvlees wordt verteerd, maar de koffieboon blijft intact en passeert het maag-darmkanaal. Door fermentatie krijgt deze zijn bijzondere smaak. De bonen worden hierna teruggevonden in de ontlasting van de kat. De bonen worden vervolgens gewassen waarna de bonen , om de smaak zoveel mogelijk te behouden, licht worden geroosterd. Per jaar wordt slechts een paar honderd kilo Kopi Luwak geproduceerd. Kopi is het Indonesische woord voor "koffie" en Luwak is de lokale naam voor deze katachtige die de rauwe rode koffiebessen graag eten.

Bukittinggi
Bukittinggi

Zelf ga ik vandaag met de rest van de groep een lekkere lange wandeling maken. We wandelen eerst het dorp uit. En dan begint de wandeling pas echt met het in de brandende zon beklimmen van een lange trap. Later zal blijken dat deze lange trap het enige wat zwaardere deel van de wandeling zal zijn. Verder zal ook het weer vandaag meewerken. Doordat de zon af en toe achter de wolken verdwijnt wordt het niet erg warm. Daar komt nog bij dat er een heerlijke verkoelende wind waait. Kortom, ideaal wandelweer.

We lopen door een mooie gevarieerde omgeving met kleine dorpjes, bananenplantages, rijstvelden en een bamboebos. Onderweg lunchen we in een klein dorpje. Een eenvoudige lunch die bestaat uit een kop thee, noodles en kroepoek.

Vrachtauto
In een vrachtauto terug naar Bukittinggi

Het was de bedoeling dat we na de wandeling met een bemo (een klein busje die wordt gebruikt als een soort collectieve taxi) terug zouden rijden naar Bukittinggi. Maar als we op het eindpunt zijn komt er net een vrachtauto voorbij rijden. Onze gids en de chauffeur van de vrachtauto lijken elkaar te kennen. Een afspraak is dan ook snel gemaakt en even later staan we achter in de bak van de vrachtauto.

Terug in het hotel trakteer ik mijzelf op een heerlijk koude Bintang. Hierna loop ik naar de klokkentoren waar het nu aanzienlijk drukker is dan vanmorgen. Toch zie ik ook nu weinig andere westerse toeristen rondlopen. Het zijn vooral Indonesische toeristen die hier op straat lopen. Bij een bar met gratis wifi bestel ik een colaatje, check ik mijn email en werk ik in alle rust mijn dagboek bij. Dat wil zeggen, ik ben rustig. Mijn omgeving is dat niet. Er lopen veel mensen voorbij en uit de minaret van de moskee klinkt de stem van de imam.

Even voor vijven ben ik terug in het hotel. Na me gedoucht te hebben trek ik schone en frisse kleren aan. Rond half zes lopen we met de hele groep naar een uitzichtspunt vlakbij het hotel. Toch is het mooie uitzicht niet de reden waarom we daar naar toe gaan.

Vliegende hond
Vleerhond / vliegende hond

De echte reden is dat we hier tegen de tijd dat de zon ondergaat vleerhonden (ook wel vliegende hoden genoemd) hopen te zien. Eerst zien we in de verte een aantal vleerhonden vliegen, maar later vliegen ze dichter bij de plek waar we staan. Een mooi gezicht.

's Avonds gaan we met de hele groep uit eten. Ik krijg iets anders dan ik heb besteld omdat, zo zal later blijken, wat ik besteld had op was. Typisch Indonesisch, niet zeggen dat het bestelde gerecht op is, maar 'gewoon' een ander gerecht serveren.

Na het eten loop ik in m'n eentje nog wat door de stad om een aantal mooie avondopnames te maken. Zo fotografeer ik een kleine kermis en mooi ik een paar mooie foto's van de klokkentoren. Bij de klokkentoren is nog steeds van alles te doen. Al kan het bandje dat hier optreedt wat mij betreft in het vervolg beter alleen intrumentale nummers spelen of een andere zanger zoeken.

Vrijdag 14 juni 2013, van Sumatra naar Java

Na een nacht waarin ik slecht geslapen heb en al vanaf vroeg in de ochtend wakker lig sta ik om halfzeven op en begin ik mijn rugzak in te pakken. Als ik de meeste spullen heb ingepakt ga ik ontbijten. Na het ontbijt controleer ik nog even of ik nog nieuwe mailtjes heb, poets ik mijn tanden en stop ik de laatste spullen in de rugzak. Om negen uur vertrekken we voor de laatste etappe op Sumatra. Een ritje naar het vliegveld waar we rond elf uur aankomen. Na afscheid genomen te hebben van de chauffeur en zijn bijrijder ga ik samen met Karin en hapje eten. We hebben afgesproken dat we om twaalf uur als groep weer bij elkaar zullen komen bij de ingang van de vertrekhal. Direct nadat we de hal ingegaan zijn moet de bagage door een scanner. Hierna lopen we met onze bagage naar een medewerker van Garuda die een gele band om elke koffer en (rug)tas doet. Op die manier kunnen de mensen van Garuda bagage van Garuda passagiers gemakkelijk herkennen.

Als we even later als groep inchecken zien we dat onze vlucht naar Jakarta een half uur vertraging heeft. Dat bekekent drie uur tijd doden op de kleine, maar toch internationale luchthaven Minangkabau in Padang. Gelukkig loopt de vertraging niet verder op en stijgen we om drie uur op en beginnen we aan de ongeveer twee uur durende vlucht naar Jakarta. Hier lopen we snel naar gate F4 om aan boord van het vliegtuig te gaan dat ons naar het oostelijker gelegen Yogyakarta zal brengen. Dat is overigens hetzelfde vliegtuig met dezelfde bemanning. Kortom, we hebben een stuk over het vliegveld gelopen om weer in hetzelfde vliegtuig te stappen. Dat was mij al verteld door stewardess Vera met wie ik in het vliegtuig had zitten praten en die mij verraste met haar topagrafische kennis van Nederland. Terschelling, Volendam en mijn woonplaats Zwolle waren plaatsen waarvan zij precies wist waar die liggen. Vera had deze kennis opgedaan in de jaren dat ze voor een hotelketen in Nederland heeft gewerkt.

Op beide vluchten heb ik een plek bij de nooduitgang met extra beenruimte. Gezien het feit dat ik ruim twee meter lang ben probeer ik altijd een plek bij de nooduitgang te krijgen, maar nog nooit heb ik instructie gehad over wat te doen in geval van een ongeval. Vandaag dus wel. Een stewardess vertelt wat ik dan moet doen. Het komt er op neer dat ik de deur van de nooduitgang moet verwijderen, andere passagiers moet helpen en nadere instructies van het personeel moet opvolgen.

Met de zieke groepsgenote gaat het nog steeds niet goed. Je hoeft haar maar aan te kijken om te beseffen dat ze ziek is. Ik hoor dat zij en haar man er serieus over nadenken om te reis af te breken en terug te gaan naar Nederland. Heel vervelend voor ze dat hun eerste verre reis zo moet lopen. Mijn eerste reis naar een bestemming buiten Europa was in 1995. Ik heb toen een drieweekse rondreis door Egypte gemaakt. Een erg mooie reis met een gezellige groep. Hierdoor kreeg ik de smaak te pakken met als gevolg dat ik nu aan mijn tiende rondreis bezig ben. Ik hoop voor mijn groepsgenoten dat deze negatieve ervaring tijdens hun eerste rondreis hen er niet van zal weerhouden om het nog een keer te proberen en te ontdekken hoe mooi reizen kan zijn.

Na aankomst in Yogyakarta rijden we naar ons hotel. Een 'echt' hotel (dus geen lodges) dat gelegen is in een typisch backpackers straatje. Dat wil zeggen een straatje met veel hotelletjes, restaurantjes en barretjes. Het merendeel van de groep kiest er die avond voor om 'westers' te gaan eten. Zelf heb ik daar geen zin in. Westers eten doe ik wel thuis in Nederland. In Indonesië wil ik Indonesisch eten. Het liefst tussen de Indonesiërs. Ik loop door de straat totdat ik een mooi lokaal tentje heb gevonden waar ik heerlijk eet tussen vooral lokale mensen en een enkele toerist.

Zaterdag 15 juni 2013, per becak door Yogyakarta

Het gaat niet goed met de groepsgenote die inmiddels bijna en week ziek is. De klachten houden aan en ook begint ze tekenen van uitdroging te vertonen. Karin regelt daarom dat er een dokter in het hotel langkomt om naar haar te kijken. Zijn diagnose is gelijk aan die van de vorige arts. Een bacteriële infectie. De arts schrijft haar een antibioticum kuur voor. Daarbij stelt hij de opvallende vraag of hij de goedkope of dure variant moet voorschrijven. Verder schrijft hij voor dat de patiënt elk uur een flesje (600 ml) water moet drinken om haar lichaam goed te reinigen. Morgen zal besloten worden of ze al dan niet naar het ziekhuis moet. Al met al een vervelende start van deze dag.


Per becak door Yogyakarta

Om negen uur vertrek ik met de rest van de groep voor een tour door Yogyakarta per becak. Een becak is een fietstaxi in Indonesië. In tegenstelling tot een riksja die je in andere Aziatische landen ziet, zitten in een becak de passagiers (maximaal 2) voor rijder. De becak is dus in feite een soort bakfiets voor vervoer van personen. Ik kies voor een becak met hulpmotor zodat 'mijn' becakrijder niet zo zwaar hoeft te trappen om mijn 115 kilo door Yogyakarta te rijden. Maar als we weg willen rijden wil de (hulp)motor niet starten. Moet de beste man dan toch nog al het vermogen zelf levereren= Maar als de rest van de groep al bijna uit zicht is verdwenen start de motor ineens.

Wayang
Wayang voorstelling in het Kraton in Yogyakarta

De eerste bezienswaardigheid waar we naar toe rijden is het Kraton. Het Kraton is het hard van de oude stad. Maar als bezienswaardigheid valt het Kraton mij eigenlijk een beetje tegen. Ik kan niet goed onder woorden brengen wat ik precies had verwacht, maar niet dit complex van diverse, veelal toch vrij sobere, gebouwen die slechts voor een deel toegankelijk zijn. In het Kraton lopen veel scholieren rond. Het lijkt er op dat veel scholen een dagje naar het Kraton zijn ter gelegenheid van het einde van het schooljaar. En zoals wel vaker trek ik als ruim twee meter lange blanke de aandacht van veel kinderen. En in het huidige digitale tijdperk leidt dat tot veel verzoeken om met mij op de foto te mogen. Normaal gesproken heb ik daar geen probleem mee, maar hier zijn het er wel erg veel. En het probleem is dat als ik met één op de foto ga er direct velen volgen die dat ook willen. Daar is dus geen beginnen aan. Aan het eind van ons bezoek aan het Kraton bekijken we er een wayang voorstelling. Wayang is het beroemde Javaanse schimmenspel, een vorm van poppenspel waarin gebruik wordt gemaakt van schaduw- of lichteffecten. Het poppenspel wordt muzikaal begeleid door een groot gamelanorkest. al met al erg mooi om te zien.

Waterpaleis
Waterpaleis

Van het Kraton rijden we naar het Waterpaleis, het koninklijke zwembad dat tussen 1758 en 1765 is gebouwd. Het 'paleis' dat ten westen van het Kraton ligt was ooit onderdeel van een groot park vol paleizen en baden voor de sultan en zijn harem. Nu rest slechts een klein deel, waaronder de baden. In deze ruimte lagen de mannen en vrouwenbaden, van elkaar gescheiden door de toren in het midden, waarvandaan de sultan toezicht hield op het gebeuren. Tegenwoordig ligt het waterpaleis er vrij verlaten bij. Er zit geen sultan meer in de toren en aan de rand van het bad is slechts een enkele vrouw te bekennen. Maar deze vrouw trekt wel direct mijn aandacht. De jonge vrouw zit samen met een jonge man aan de rand van het bad. Ze kijken elkaar verliefd aan en worden gefotografeerd door een professionele fotograaf. De fotograaf zorgt er voor dat de ring die de vrouw draagt duidelijk zichtbaar is op de foto's. Een bruidspaar? Dat blijkt nog niet zo te zijn. Het jonge stel gaat eind augustus trouwen en is nu in het waterpaleis om een aantal mooie foto's te laten maken.

Ondergrondse moskee
Detail van de ondergrondse moskee

Van het waterpaleis lopen we naar een vlakbij gelegen ondergrondse moskee. Als we onderweg daar naar toe even stoppen bij een winkeltje worden meerderen van de groep aangesproken door een groep scholieren. Ook ik wordt door hen 'geïnterviewd'. Het blijkt dat ze de opdracht hebben om hun engels te oefenen door toeristen te interviewen. Maar veel verder dan de standaard vragen zoals 'What is your name', 'Where do you come from' en 'What do you like about Indonesia' komen ze niet. Wat me meer opvalt is dat alle interviews op film worden vastgelegd. En daarvoor gebruiken ze, in mijn ogen, opvallend dure spiegelreflexcamera's zoals de Canon 7D.

We lopen door naar de ondergrondse moskee die we, hoe kan het ook anders, betreden door een paar trappen af te dalen. De moskee is in feite een grote rond lopende gang rondom een vijvertje met een paar trappen. Vooral het licht in de rondelopende gang is erg mooi.

Vogeltjesmarkt

Vogeltjesmarkt
Gekleurde kuikentjes en beschilderde slakken op de vogeltjesmarkt in Yogyakarta.

Na het bezoekje aan de ondergrondse moskee alten we ons naar een heel andere lokatie rijden, de vogeltjesmarkt. Hier zitten niet alleen veel te veel vogeltjes in veel te kleine kooitjes, maar ook honden, katten, hamsters, muizen, slangen en andere reptielen. Soms bij het bizarre af. Wat bijvoorbeeld te denken van de beschilderde slakken? Of de gekleurde kuikentjes die hier verkocht worden. Deze laatste gaan overigens niet lang mee. Door de giftige verf waarmee ze gekleurd zijn zal geen van deze kuikentjes uitgroeien tot een volwassen kip. Ik hoop voor de slakken dat ze langer meegaan. Al doe ik er thuis alles aan om ze uit de hosta's te houden.

We beëindigen onze tour per becak door Yogyakarta met een bezoekje aan een werkplaats waar batik textiel geverfd worden. Een proces waarbij veel handwerk komt kijken. Alles begint met een stuk wit katoen. Voordat dat het eerste kleurbad in gaat worden de delen die later bruin moeten worden voorzien van een waslaagje. Hierna volgt een tweede behandeling met was waarbij de delen die wit moeten blijven van was worden voorzien. Hierna gaat de doek in een bad met blauwe verf Door de was trekt de kleurstof niet in die delen van de doek die van een laagje was zijn voorzien. Vervolgens wordt de was van de delen het doek afgeschraapt die bruin moeten worden en worden de blauwe delen van de doek van een laagje was voorzien. De doek gaat nu in een bad met bruine kleurstof en de delen van de stof waar geen was op zit krijgen een bruine kleur. Tot slot gaat de doek in een bad met kokend water om alle was te verwijderen.

Voordat we terug lopen naar het hotel lunchen we in een typisch Padang restaurantje. Padang-restaurants en -eethuisjes zijn te herkennen aan de opstapeling van eten voor het raam. Op borden, schoteltjes en schalen is het aanwezige eten tentoongespreid, zodat van buiten alvast te zien is wat er op dat moment beschikbaar is. Je kunt er vervolgens voor kiezen om aan een tafetje te gaan zitten waarna diverse gerechten op tafel gezet worden en je afrekend wat je op eet. Wij kiezen er voor om zelf naar 'het buffet' te lopen en te pakken wat we willen hebben. Daarna bestel ik een portie nassi putih oftewel witte rijst.

Na de lunch wandelen we terug naar het hotel. 's Middags ga ik samen met een paar groepsgenoten in twee taxi's naar het centrum van de stad. We laten ons afzetten met het grote winkelcentrum 'Mata Hari'. Hier neem ik afscheid van de anderen en wandel de rest van de middag in m'n eentje wat door de stad. Ik verbaas me over het drukke verkeer en de massa mensen.

Yogyakarta
Een drukke straat in het centrum van Yogyakarta

Ook in Yogyakarta lopen veel studenten rond die om hun Engels te oefenen toeristen moeten 'interviewen'. Ik wordt twee keer geïnterviewd. De eerste keer door vier meisjes met hoofddoek die de standaard vragen stellen. What is your name? Where do you come from? What do you think about Indonesia? De tweede keer wordt ik geïnterviewd door drie studenten die met een lange paal door het centrum lopen. Het blijkt dat de paal een verkeerslicht voor moet stellen en dat de studenten bezig zijn met een onderzoek naar betere verkeerslichten. Ik vertel ze over 'de groene golf' en over het feit dat het mij is opgevallen dat er in Yogyakarta geen verkeerlichten voor voetgangers zijn. Als je als voetganger wilt oversteken wacht je totdat de auto's stoppen. Er van uitgaande dat deze dan voor een rood stoplicht staan steek je dan de straat over. Maar er in geen voetgangerslicht dat op groen springt op het moment dat je veilig de straat kunt oversteken.

Yogyakarta
Saté verkoopster in Yogyakarta

Nadat ik een tijdje bij een groot kruispunt naar het chaotische verkeer heb zitten kijken en me verbaas over hoe auto's, brommers, becak's en door paarden getrokken door elkaar heen rijden op de drukke weg loop ik terug in de richting van 'Mata Hari'. Langs de straat zijn inmiddels verschillende saté verkopers bezig het spulletjes neer te zetten, de kooltjes op de stoken en de saté te roosteren. Als ik dit tafereel op de foto wil zetten geven verschillende saté verkopers aan dit niet te willen. Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt tijdens deze reis. Maar door snel te werken lukt het mij toch om een paar leuke foto's te maken. Ik ben van plan om ergens in het centrum te gaan eten, maar kan daar niets leuks vinden. Daarom ga ik aan het begin van de avond met een taxi terug naar het hotel. In de taxi staat de meter aan, maar de chauffeur geeft aan dat hij een minimum prijs voor de rit hanteert van 20.000 rupiah (circa 1,60 euro) Tegen de tijd dat we bij het hotel zijn staat de meter op 19.000 rupiah. Maar dat bedrag had lager kunnen zijn als de chauffeur had geweten waar het hotel lag. Het blijkt dat hij alleen weet in welke buurt het hotel ligt, maar niet precies waar. We rijden door de buurt en hij stopt bij elk hotel waar we lang komen. En steeds weer moet ik hem zeggen dat hij bij het verkeerde hotel staat. Ook herhaal ik keer op keer dat ik naar hotel Eclipse moet. Pas nadat de chauffeur de heeft gevraagd aan een paar becakrijders stoppen we voor hotel Eclipse.

's Avonds ga ik in m'n eentje eten bij een lokaal tentje zo'n tien minuten lopen van het hotel. Als ik aan een tafeltje ga zitten krijg ik een menukaart, een bonnenboekje en een pen. Het is kennelijk de bedoeling dat ik in het boekje opschrijf wat ik wil eten. Die is geen probleem want ik kan kiezen uit verschillende lekkere gerechten. Maar het drinken is wat lastiger. 's Avonds bij het eten drink ik graag een Bintang, maar dat staat niet op de kaart. Als ik vraag of ze ook Bintang hebben wordt een jongen er op uitgestuurd om in een supermarktje aan de overkant van de straat voor mij een biertje te halen. Dat is nog eens service.

Als ik na het eten terug kom in het hotel zit Karin bij de receptie. Ze vertelt me dat het nog steeds niet goed gaat met de zieke groepsgenote. Morgen zal er opnieuw een dokter komen om haar toestand te beoordelen. Het lijkt er op dat Yogyakarta voor haar en haar man het eindpunt van de reis wordt. Heel jammer voor ze dat hun eerste verre reis zo moet eindigen.

Opvallende zaken:

  1. Bijna iedereen die in Yogyakarta op een scooter rondrijdt draagt een valhelm

  2. De verlichting van de meeste auto's en scooters doet het. Daar staat dan wel weer tegenover dat de vele becakrijders zonder enige vorm van verlichting tussen het overige verkeer rijden

 

Zondag 16 juni 2013, naar de Borobudur

Borobudur
Filevorming bij de Borobudur

Als we Yogyakarta uitrijden voor een bezoekje aan de Borobudur zien we in de stad grote groepen fietsers. Fietsen blijkt de laatste trend onder de betere klasse. Overigens nemen Indonesiërs wel meer dingen over van Europese toeristen. Zo werken meer en meer Indonesiërs aan hun conditie door af en toe een stukje te joggen.

Onderweg naar de Borobudur zien we in de verte de beroemde, of beter gezegd beruchte, Merapi vulkaan liggen. Als wij bij de Borobudur aankomen valt het Karin direct op dat het er ongebruikelijk druk is. Het lijkt er op dat veel scholen zo aan het eind van het schooljaar een uitstapje naar de Borobudur maken. En kennelijk worden in Indonesië ook in het weekend schoolreisjes gemaakt want gisteren waren er bij het Kraton ook al opvallend veel schoolklassen aanwezig. Ik zie lange rijen staan bij de ingang en bedenk dat het nog weel eens een tijdje kan duren voordat we op het terrein zijn. Maar dat pakt heel anders uit. Er blijkt een speciale ingang voor buitenlandse toeristen te zijn en daar maken we dankbaar gebruik van. Wel moeten we voordat we het terrein op mogen allemaal verplicht een sarong om ons middel knopen. Volgens Karin is dat ingevoerd toen steeds meer, vooral Russisiche, toeristen naar Indonesische begrippen nogal schaars gekleed de Borobudur bezochten.

Als we via de toeristeningang op het terrein zijn, is het voor ons ook geen ontkomen meer aan en moeten we aansluiten bij de massa mensen op het toegangspad naar de Borobudur. Net als gisteren in het Kraton hebben we een Nederlands sprekende gids. En net als gisteren is het iemand die boeiend kan vertellen. De gids loopt met ons steeds verder de Borobudur op terwijl hij op verschillende plekken iets verteld over de geschiedenis van dit boeddhistische heiligdom. Als we op het hoogste niveau van de Borobudur zijn aangekomen nemen we afscheid van onze gids en is er tijd om op eigen gelegenheid en in een eigen tempo de Borobudur te verkennen. Maar als ik in alle rust en fotograferend één rondje heb gelopen op het hoogste niveau, meerdere keren met lokale scholieren en lokale toeristen op de foto ben gegaan, heb ik geen zin in een tweede rondje of om een van de lagere niveaus nog eens goed te bekijken. Het is gewoon veel te druk op de Borobudur. Als ik aan de afdeling begin zie ik beneden de rest van de groep al lopen. Kennelijk hadden ook zij geen zin om langer in de mensenmassa op de Borobudur te blijven. Ook op de trap naar beneden is er sprake van filevorming. Gelukkig hebben te wel een soort van eenrichtingsverkeer gecreëerd door bezoekers via een andere trap de Borobudur te laten verlaten. Allen heeft niet iedereen dat door. Halverwege de trap staat het even helemaal vast als een paar lokale toeristen via de trap die door bijna alle bezoekers gebruikt wordt om af te dalen naar boven willen. Maar het mooie aan Indonesië en met name aan de Indonesiërs is dat niemand boos wordt.

Borobudur
Een deel van de vele duizenden stenen bij de Borobudur die nog op het plek gezet moeten worden.

Beneden aangekomen breng ik een bezoekje aan het museum bij de Borobudur. In een van de gebouwen hangen oude foto's waarop goed te zien in hoe de situatie was toen men begon met de restauratie van de Borobudur. Het doet mij een beetje denken aan de Ta Prohm tempel in Cambodja. Bij het museum is overigens ook goed te zien dat de restauratie nog lang niet klaar is. Verdeelt over een paar velden liggen er nog duidenden stenen en delen van beelden die nog weer op hun plaats gezet moeten worden.

Als we het terrein verlaten en terug willen lopen naar de bus moeten we, zoals gebruikelijk in Indonesië, tussen talloze kraampjes doorlopen. Bij een van de kraampjes koop ik voor 30.000 rupiah een minatuur stoepa met een nog kleiner boeddhaatje erin. Omdat het ongeluk schijnt te brengen als je voor zezelf een boeddha koopt en je boeddha's hoort te krijgen, geef ik mijn souveniertje later aan een groepsgenote. Een dag later krijg ik van haar een cadeautje. Laat dat nu net zo'n stoepaatje zijn die zij bij de Borobudur heeft gekocht.

Candirejo
Candirejo

Na het bezoek aan de Borobudur rijden we naar het nabij gelegen Candirejo. Hier zullen we gaan lunchen en zullen we met paard en wagen de omgeving gaan verkennen. Candirejo is een van de tien dorpen die deel uitmaken van het Natural Resources Management Local Community Empowerment (NRM-LCE) Project. Dit project wordt uitgevoerd door PATRA-PALA stichting, lokale dorpelingen, en de regering van Magelang regentschap en ondersteund door Japan International Cooperation Agency (IICA). Met hulp van de Japanners hebben de inwoners van Candirejo hebben een coöperatie opgericht die activiteiten voor toeristen ontwikkeld. Hierdoor kunnen de inwoners van Candirejo ook iets verdienen aan de vele toeristen die dagelijks de nabij gelegen Borobudur bezoeken.

Een eindje voor Candirejo stappen we van de bus over in paardenkarretjes. Hiermee rijden we verder naar Candirejo. Daar staat een heerlijke lunch voor ons klaar. Volgens lokale gebruiken beginnen we de lunch met een kop thee met zoete hapjes. Daarna vallen we aan op het klaar staande buffet met onder andere heerlijke saté.

Kroepoekmachine
Kroepoekmachine

Na de lunch rijden we met de paardenkarretjes naar een mooi uitzichtpunt bij een plantage. Hierna gaan we naar een klein kroepoekfabriekje. Al is zelf de term fabriekje eigenlijk al teveel voor de schuur waarin de kroepoek wordt gemaakt. Aan het eind van het productieproces gaat de kroepoek door een soort gehaktmolen waar de kroepoek als een grote platte sliert uitkomt. Hierna rijden we terug naar de bus. Maar voordat we in de bus stappen moet er eerst nog een foto van de groep met onze gids gemaakt worden. Het blijkt dat Wiwik een foto wil hebben met ´Mr. Coconuttree´ zoals ze mij noemt. De foto wordt gemaakt met mijn camera. En na terugkeer in Nederland zal ik de foto per email naar haar toesturen.

Als we met de bus naar het hotel terugrijden komen we in een tropische regenbui terecht. Maar gelukkig zitten we op dat moment in de bus en gelukkig is het een bui die al weer voorbij is als we bij het hotel aankomen.

's Avonds ga ik, op aanraden van Karin, eten bij Tante Lies. Tante Lies is lokaal restaurantje waar je voor weinig geld heel lekker kunt eten. Het enige wat je op de koop toe moet nemen is het lawaai en de uitlaatgassen van de voorbij rijdende auto's, vrachtauto's bussen en scooters. Tante Lies ligt namelijk direct naast een drukke weg. Maar ondanks dat raad ik je zeker aan om bij Tante Lies te gaan eten als je in de buurt bent. Net als in het restaurantje moet ik ook bij Tante Lies zelf opschrijven wat ik wil eten en drinken. Kennelijk is dat hier in de streek gebruikelijk.

Als ik na het eten terug loop naar het hotel stop ik bij een ATM (een ATM is een geldautomaat) om mijn voorraad rupiahs aan te vullen. Eerst 1.000.000 rupiah. Maar als ik zie dat deze ATM geen biljetten van 100.000 rupiah, maar biljetten van 50.000 rupiah 'uitspuwt' trek een nog eens 1.250.000 rupiah uit de automaat. In totaal heb ik nu 6.750.000 rupiah opgenomen. Oftewel, zo'n 540 euro. Mede dank zij restaurantjes als Tante Lies verwacht ik veel minder te gaan uitgaan dan de door Sawadee aangegeven 800 euro.

Pariwisata

Op de voorruit van de bus waarmee we over Sumatra trokken stond groot het woord 'Pariwisata'. Ik nam aan dat dat de naam van de busmaatschappij was. Toen ik op Sumatra veel bussen met het opschrift 'Pariwisata' zag dacht ik alleen maar dat het een grote busmaatschappij was Ik begon te denken dat 'Pariwisata' misschien iets anders betekent toen ook op de voorruit van de bus die bij de luchthaven van Yogyakarta op ons stond te wachten 'Pariwisata' stond. Zou die busmaatschappij ook een vestiging op Java hebben? En wat is het dan een groot bedrijf want op Java rijden heel veel bussen met het opschrift 'Pariwisata'. Of zou het toch iets anders betekenen?

Vandaag kwam ik er achter dat 'Pariwisata' 'toerisme' betekent. Met andere woorden het opschrift 'Pariwisata' geeft aan dat het een toeristenbus is en geen openbaar vervoer.

Maandag 17 juni 2013, via de Prambanan naar Tawangmangu

Vandaag zullen we Yogyakarta verlaten om via de Prambanan naar Tawangmangu te rijden. En helaas is de groep opnieuw verder uitgedund. Nadat eerder deze reis een groepsgenote met een gebroken voet terug moest naar Nederland, blijven de groepsgenote die al een tijdje ziek is en haar man achter in het hotel in Yogyakarta. Hier zal de vrouw aan moeten sterken om daarna waarschijnlijk terug te vliegen naar Nederland. Er is nog een kleine kans dat het echtpaar zich later weer bij de groep aan zal sluiten. Maar persoonlijk acht ik deze kans erg klein.

Prambanan
Prambanan

Rond kwart over acht zijn we bij de Prambanan. In tegenstelling tot de Borobudur dat een boeddhistisch heiligdom is, is de Prambanan een hindoeïstisch heiligdom. Een andere verschil is dat daar waar de Borobudur om een heuvel heen is gebouwd en massief, de tempels van de Prambanan hol zijn en (deels) voor publiek toegankelijk.

Wat wel hetzelfde is, is dat er een speciale ingang voor buitenlandse toeristen is en dat je een sarong om moet doen als je de Prambanan wilt bezoeken.

De tempels op het hoofdgebied domineren het complex en de omgeving. De belangrijkste van deze tempels is de Lara Jonggrang, vaak ten onrechte aangeduid als "de Prambanan". We beginnen met een bezoek aan deze tempel. Maar we mogen de tempel pas betreden nadat we allemaal een helm hebben opgezet. Bij de aardbeving op Midden-Java in 2006 is het herbouwde Prambanan-complex namelijk ernstig beschadigd geraakt. Na deze aardbeving is het complex een tijd gedeeltelijk gesloten geweest voor het publiek. Inmiddels is het grootste gedeelte van het tempelcomplex weer hersteld en opengesteld voor publiek. Maar sommige delen mag je dus alleen bezoeken als je een helm draagt. Na de tempels op het hoofdgebied bekeken te hebben rijden met met een klein 'treintje' naar de Sewu tempel. Na een korte stop bij de Sewu tempel rijden we naar de uitgang van het complex. In tegenstelling tot de drukte gisteren bij de Borobudur is het bij de Prambanan vrij rustig. Mede daardoor denk ik met veel meer plezier terug aan het bezoek aan de Prambanan dan aan het bezoek aan de Borobudur.

Sukuh tempel
Sukuh tempel

Na het bezoek aan de Prambanan rijden we over een opvallend goede weg verder in de richting van Tawangmangu. Onderweg maken we een tussenstop om de Merapi op de foto te zetten. Hierna rijden we door totdat we bij het restaurant zijn waar we gaan lunchen. Opnieuw staat er een heerlijk buffet voor ons klaar. Wat kun je in dit land toch lekker eten.

Na de lunch stappen we over in een klein busje. Onze bus zal met onze bagage doorrijden naar het hotel waar we de komende nacht zullen slapen. Met het kleine busje rijden we door een heuvelachtig gebied naar de erotische Sukuh tempel. Onderweg naar de Sukuh tempel komen we door een dorpje waar heel veel auto's en scooters langs de kant van de weg staan en grote groepen mensen bij elkaar zitten. Volgens de gids worden er die dag verkiezingen gehouden in het dorp. Even later zijn we bij de Sukuh tempel. Hier bekijken we eerst de tempel om daarna aan een ongeveer drie uur durende wandeling te beginnen.

Java

We wandelen door een groen en glooiend landschap. Doordat de zon zich vandaag nauwelijks laat zien is het lekker wandelweer. Maar daar staat tegenover dat het maken van mooie foto's wordt bemoeilijkt door de aanwezige nevel en mist. Het laatste stukje van de wandeling lopen we door een park en langs een erg mooie waterval. En hoewel de zon zich vandaag nauwelijks liet zien heb ik tegen de tijd dat we bij het hotel aankomen geen droge draad meer aan mijn lijf en spuit het zweet bijna uit al mijn poriën.

Welcome

In het hotel, waar we volgens een groot bord bij de ingang 'Harteljk Welcome' zijn, stap ik daarom eerst onder en douche. Eerst wil het water maar niet warm worden, maar dat verandert snel nadat ik de geiser heb aangezet.

's Avonds eten we met de hele groep in het restaurant van het hotel. Die keuze is snel gemaakt want het eten is hier goed en verder zijn er in het dorp alleen maar een paar zeer lokale restaurantjes. Tijdens het eten praat Karin de groep bij over het echtpaar dat is achtergebleven in Yogyakarta. Karin heeft het idee dat ze aan het lijntje gehouden worden door de ingeschakelde arts en dat deze arts vooral probeert zelf goed aan de situatie te verdienen. Zo schijnt de arts tegen de verzekeringsmaatschappij gezegd te hebben dat de vrouw helemaal niet ziek is, dat ze alleen maar last heeft van heimwee en dat ze over een paar dagenwel weer bij de groep kan aansluiten. Hierop belt Karin met de verzekering om aan te geven dat je van heimwee geen 40 graden koorts krijgt.

Benzine rellen

De gids vertelt dat er in het hele land rellen zijn omdat de prijs van benzine in één keer gestegen is van 2.000 rupiah per liter naar 4.500 rupiah per liter 's Avonds zie ik op de televisie beelden van de 'benzine rellen'.


Ga naar:
Op alle foto's rust auteursrecht en voor ieder gebruik is naamsvermelding en toestemming verschuldigd.